Het college van Bloemendaal wil sturen op gedragsverandering. Dit gaat specifiek over het voorstel om slechts 1 x in de vier weken de grijze rolcontainer te ledigen. Momenteel gebeurt dat 1x per twee weken. Het doel is dat de inwoners beter afval gaan scheiden. Uit een enquête die door afgerond 500 inwoners is ingevuld, blijkt dat 77% tegen dit voorstel is. Niettemin wil het college doorzetten.

Hart voor Bloemendaal is tegen het voorstel:

  • Eens in de vier weken is met name in de zomermaanden een probleem vanwege stankoverlast;
  • Er is momenteel sprake van een rattenplaag in diverse steden (Haarlem, Amsterdam), maar ook in onze gemeente worden wij geconfronteerd met noodkreten van inwoners die klagen over ratten die holen graven, vuilnis uit de bakken en zakken halen, de huizen binnendringen enz. Dit is een buitengewoon zorgelijke ontwikkeling en strijdig met de volksgezondheid wegens onhygiënische toestanden. Wij vrezen dat het plan van het college niet gaat helpen om het rattenprobleem aan te pakken. Sterker nog: wij verwachten dat het nog veel erger gaat worden. Tot nu toe worden onze zorgen genegeerd;
  • 77% van de inwoners wil dit niet;

Gedragsverandering moet je niet afdwingen. Afval scheiden, daar is in principe niemand tegen. Maar het moet niet leiden tot ongezonde en onhygiënische toestanden. Het college gebruikt ook het argument dat het anders veel duurder wordt. Dat is niet onderbouwd. Bovendien laat het college de inwoners niet kiezen. Wij vinden dat dwang averechts werkt.

Tot slot zien wij met lede ogen aan hoe het college met geld smijt als het gaat om rapporten of onderzoeken die niet worden gelezen en in een bureaulade verdwijnen. Maar ook het geld dat het college wil uitgeven aan projecten waar helemaal niemand op zit te wachten zoals een aanpassing van het fietspad naar Zandvoort waarover in een volgend bericht meer. Er verdwijnen miljoenen aan onzinnig beleid. Laat het college nu eens eindelijk met de handen van de blunderknop afblijven!

Hier ziet u het fragment waarin Wethouder Scholte zich sterk maakt voor gedragsverandering. De vraag is niet ‘willen wij (lees: het gemeentebestuur) dat’ maar ‘willen de inwoners dat’.  En het antwoord is ondubbelzinnig: Nee, dat willen de inwoners niet!