Integriteit is niet te koop!

Integriteit van bestuur is dé kernwaarde van goed gemeentebestuur. Zonder integriteit kan de lokale overheid niet functioneren en dat voedt het wantrouwen van de bevolking. Vertrouwen is alles en daarom deed onze fractie onderzoek naar het aantal integriteitsmeldingen in de gemeente Bloemendaal en na bestudering van de jaarverslagen integriteit over 2019 en 2020 kwamen wij tot de ontdekking dat wij een substantieel aantal integriteitsmeldingen misten. Hierover berichtten wij de externe accountant Baker Tilly als volgt, zie hieronder cursief gedrukt de mail van fractievoorzitter Roos dd 26 juli jl. Helaas ontvingen wij geen inhoudelijke reactie van de externe accountant en ook bij de gemeenteraad en burgemeester Roest kregen wij geen gehoor. Daarop publiceerde Binnenlands Bestuur een helder overzicht met achtergrondinformatie op 29 augustus jl, zie link: https://www.binnenlandsbestuur.nl/ambtenaar-en-carriere/nieuws/ongerustheid-over-verdwenen-integriteitsmeldingen.18103997.lynkx

Burgemeester Roest liet zich door het Haarlems Dagblad interviewen over deze kwestie. Het interview verscheen op 17 september 2021 in de krant. Burgemeester Roest noemt het verslag van Binnenlands bestuur desinformatie. Dat zou alleen maar aanleiding geven tot verwarring en de reputatie van de gemeente schaden, aldus de burgemeester. Ook stuurde hij een brief aan de gemeenteraad op 16 september 2021. Niet alleen komt deze brief veel te laat (onze bevindingen dateren immers van twee maanden geleden en toen werden we door niemand serieus genomen), ook bevat de brief geen sluitend antwoord op onze serieuze vragen en daarmee is dit hoofdstuk beslist nog niet ten einde.

Onze mededeling in het Bloemendaals Nieuwsblad over integer bestuur vindt u aan het slot van dit nieuwbericht. Waar het allemaal in de kern op neerkomt is dat wij van mening zijn dat integriteit niet te koop mag zijn. Wij vinden het absoluut onaanvaardbaar is als het gemeentebestuur integriteitsschendingen zou kunnen afkopen met gemeenschapsgeld.

Geachte accountant, geacht bestuur Baker Tilly,

Naar aanleiding van uw accountantsverslag dd 8 juli 2021, bericht ik u als volgt.

Op blz. 21 van uw verslag staat het volgende (citaat):

4.3 Fraude, corruptie en naleving wet- en regelgeving Fraude Het college is primair verantwoordelijk voor het voorkomen van fraude, het naleven van wet- en regelgeving en voor een cultuur van eerlijkheid en integriteit en dient zowel preventieve als repressieve beheersingsmaatregelen te nemen om de kans op fraude en overtreding van wet- en regelgeving zo veel mogelijk te beperken. De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het toezicht op het college in de uitvoering van deze taken. Voor het uitoefenen van deze verantwoordelijkheid maakt het college gebruik van diverse beheersingsmaatregelen, zoals interne richtlijnen en gedragscodes, controle technische functiescheiding en periodieke rapportages over financiën. Ten behoeve van onze jaarrekeningcontrole identificeren wij, in het kader van NV COS 240/250, de risico’s met betrekking tot fraude en overtreding van wet- en regelgeving en beoordelen wij de interne beheersings-maatregelen die gericht zijn op het voorkomen en signaleren van (materiële) fraude en niet-naleving van wet- en regelgeving. Voor zover relevant voor onze controle voeren wij gegevensgerichte controlewerkzaamheden uit. Onze controle is echter niet specifiek gericht op het signaleren van fraude en niet-naleving van wet- en regelgeving. In het kader van onze controle hebben wij geen bevindingen te melden met betrekking tot fraude. Naleving wet- en regelgeving en overige Wij informeren de gemeenteraad over illegale handelingen waarbij het hoger kader is betrokken en over fraude en illegale handelingen (of deze nu door het hoger kader of door andere werknemers zijn veroorzaakt) die een onjuistheid van materieel belang in de jaarrekening tot gevolg hebben. Gedurende de controle zijn geen significante punten gesignaleerd ten aanzien van feitelijke of vermoedelijke niet-nakoming van wet- en regelgeving, voor zover deze van belang worden geacht voor de mate waarin de gemeenteraad in staat is haar taken te vervullen.

U bevestigt dat een cultuur van eerlijkheid en integriteit geborgd moet worden door preventieve maar ook repressieve beheersingsmaatregelen en legt hiervoor de primaire verantwoordelijkheid bij het college en het toezicht daarop is een taak van de gemeenteraad. U verwijst voor uw verantwoordelijkheid naar de inventarisatie van risico’s mbt overtreding van wet- en regelgeving en in dat kader beoordeelt u de interne beheersingsmaatregelen.

In het jaarverslag integriteit 2019 en 2020 zijn de aantallen integriteitsmeldingen vermeld. Daarbij is ook opgenomen tegen wie deze meldingen zijn gericht en hoeveel meldingen zijn afgehandeld. Hieronder heb ik het overzicht voor u weergegeven:

Uit dit overzicht blijkt dat er nog 94 meldingen zijn die niet zijn behandeld. Waar die meldingen zijn gebleven, wat ermee is gebeurd, is onbeantwoord.

Eerlijk en integer bestuur valt of staat met naleving van wet- en regelgeving en het in achtnemen van de interne richtlijnen en gedragscodes. Het feit doet zich hier voor dat van een substantieel aantal integriteitsmeldingen onduidelijk is wat daarmee is gebeurd. Ik heb op 22 juli jl tijdens de behandeling van de jaarrekening in de gemeenteraad gevraagd aan burgemeester E. Roest of hij kon uitleggen wat er met de resterende integriteitsmeldingen was gebeurd. De heer Roest verwees naar een brief aan de gemeenteraad van 15 april jl. Deze brief verwijst echter ook uitsluitend naar meldingen van 2020 en hieruit blijkt niet wat er met de 81 niet behandelde integriteitsmeldingen is gebeurd. Dat antwoord wilde de heer Roest niet verstrekken.

In het kader van beheersing van risico’s van fraude, het niet naleven van wet- en regelgeving is het van groot belang dat inzichtelijk wordt voor raad maar ook voor de bevolking, cq de belastingbetaler dat integriteit niet alleen wordt beleden met de mond en/of in protocollen maar ook dat serieus werk wordt gemaakt van integriteitsmeldingen die onderbouwd (dwz zijn voorzien van een motivering en zijn geconcretiseerd) zijn ingediend. Het toezicht dient hierop sluitend te zijn. Het feit dat de burgemeester hierop geen antwoord kon of wenste te geven, wakkert mijn ongerustheid aan dat deze gemeente niet eerlijk en integer wordt bestuurd.

Mijn vraag aan u is: hebt u zich ervan vergewist dat van de 132 integriteitsmeldingen die zijn ingediend in de jaren 2019 en 2020 op 31 december 2020 een totaal aantal integriteitsmeldingen van 119 daadwerkelijk conform de daarvoor geldende protocollen zowel is onderzocht als is afgehandeld?

Ik wil u graag in de gelegenheid stellen deze vraag te beantwoorden, hoewel ik besef dat u uw goedkeurende verklaring hebt afgegeven en u uw verslag aan de raad hebt uitgebracht. Dit neemt niet weg dat ik van mening ben dat de situatie rond integriteit van het bestuur van Bloemendaal ernstig in gebreke is en dat dit een reëel risico vormt voor het bestuur van deze gemeente. Integriteit is niet iets dat lichtvaardig dient te worden opgevat en hoewel u wijst op de verantwoordelijkheid van het college (primair) en de controlerende taak van de raad, begint en staat alles met een open en eerlijke informatievoorziening. Ik kan niet anders dan constateren dat de vraag gerechtvaardigd is dat de indruk wordt gewekt dat een substantieel aantal integriteitsmeldingen niet is behandeld en ook niet meer in ‘de statistieken’ voorkomt. Als dat vermoeden klopt, dwz als blijkt dat mijn ongerustheid hierover hout snijdt, dan moet ik mij ernstig beraden over wat mij te doen staat in het stadium dat hierna volgt. Maar voor het zover is, hoor ik graag uw reactie hierover omdat ik niet lichtvaardig conclusies wil verbinden aan het ‘verdwijnen van integriteitsmeldingen’.

In afwachting van uw schriftelijk bericht voor 23 augustus as, verblijf ik,

Hoogachtend,

M Roos-Andriesse

Hart voor Bloemendaal