‘Hulp bieden die bij een kind past’. Over de miljarden die omgaan in jeugdhulp

Jeugdhulp is het zorgenkind van veel gemeenten. Sinds de decentralisatie in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp maar de financiering hiervan blijkt onbeheersbaar. De gemeenten in Zuid-Kennemerland hebben daarom besloten voortaan alleen nog maar zaken te doen met maximaal drie consortia i.p.v. de bijna 200 zorgaanbieders nu. Dat lijkt op het eerste gezicht logisch. Het zal eenvoudiger zijn om met drie partijen te onderhandelen dan met 200. Maar tegelijkertijd is de vraag wat deze nieuwe inkoopstrategie betekent voor de kleine zorgaanbieders. En: wie zijn dan die drie grote consortia die de kar gaan trekken? Kunnen ze dat wel? Na het #Kenter-debacle afgelopen jaar hebben we daar onze twijfels over. Los daarvan maken wij ons bezorgd over de doelstelling van de nieuwe inkoopstrategie die nu is bedacht. Het doel is nl dat er niet meer kán en mág worden uitgegeven aan jeugdhulp dan wat er per gemeente aan geld beschikbaar is.

kan en mag…

Maar wat gebeurt er als het geld op is? Eindigt dan de jeugdhulp? Zal een zorgverlener nog bereid zijn door te gaan met het zorgtraject als er geen vergoeding volgt? Het antwoord laat zich raden.

Verantwoordelijk wethouder de Roy van Zuidewijn (#CDA) sprak deze week eufemistisch over het ‘afschalen van jeugdzorg’. #GroenLinks meende dat dit een normale term is in de jeugdzorg. Dat zou kunnen wanneer een psycholoog vanuit zijn professionele autonomie beslist dat een cliënt geen hulp meer nodig heeft of met veel minder hulp verder kan. Maar daar gaat deze nieuwe inkoopstrategie niet over. Daarin staat niet de cliënt centraal en ook niet de arts, maar de financiële positie van de gemeente. Of de begroting wel of niet sluitend is. Dat is de maatstaf. Alleen is dat besef helaas nog niet doorgedrongen in de raad van Bloemendaal.

De begroting kan nooit leidend zijn want gemeenten blijven verantwoordelijk voor de jeugdhulp maar een kind dat in de knel zit, mág en kán niet afhankelijk worden van de vraag of een gemeente de begroting wel sluitend krijgt.

Wethouder J. Botter uit Haarlem die de leiding heeft over de nieuwe inkoopstrategie in de regio spreekt zelf over ‘zorg bieden die bij een kind past’.

Wat ons betreft hoort de gemeente eerst te analyseren in welke mate de grote tekorten komen doordat er meer en intensievere zorg is verleend. En daarna dient te worden bepaald waar dat aan ligt en wat eraan te doen is.

Wethouder De Roy vertelde dat de oorzaak o.a. ligt bij de vele #vechtscheidingen in Bloemendaal waarvan kinderen de dupe worden. Dat leidt tot gedragsproblemen waardoor meer beroep wordt gedaan op jeugdhulp. Maar waar blijkt dat uit? Zijn er soms meer vechtscheidingen geweest in 2020 dan bijv. in 2016? Eerst dient duidelijkheid te ontstaan over oorzaken van het toegenomen beslag dat jeugdhulp legt op de middelen en wat de gemeente heeft gedaan om dat in de hand te houden.

Overigens, wat is precies jeugdhulp? Dat is de kernvraag. Laten we dat als eerste vaststellen.

De politiek dient te bepalen welke zorg onder jeugdhulp valt. Is het beslag dat wordt gelegd op de middelen verantwoord als sprake is van toeloop van ouders die opvoedkundige hulp vragen voor hun kinderen?

De kraan staat nu meer dan wagenwijd open. De gemeente Bloemendaal heeft helemaal niets gedaan om de toeloop te reguleren. Wij vinden dat #jeugdhulp moet gaan over échte zorg voor kinderen die dat écht nodig hebben. Welke zorg is noodzakelijk? En wat kunnen mensen prima zelf regelen omdat zij zelf ook verantwoordelijk zijn voor hun kinderen? Waar begint en waar eindigt de verantwoordelijkheid van de overheid en op basis van welke regels? Zoals het nu gaat is bij Jeugdhulp sprake van een open-eind-regeling. Daar gaat een andere inkoopstrategie toch echt niets aan veranderen.

In ieder geval willen wij wijzen op de Verordening Jeugdhulp Bloemendaal 2020. Daar staat in: ‘Als de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken, legt het college de te verlenen voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking.’ Met een beschikking in de hand kan een oordeel van de rechter worden gevraagd. Het is aan de rechter om te bepalen of een voorziening voor jeugdhulp door de gemeente terecht is afgewezen of niet. De motivering dat geen recht bestaat op jeugdhulp omdat het geld op is, zal naar alle waarschijnlijkheid geen standhouden.

Daarom dient wat ons betreft dus eerst de analyse te volgen van oorzaak en gevolg, wat echt nodig is en waar mensen met kinderen zelf voor dienen te zorgen. Dat is veel belangrijker dan een nieuwe inkoopstrategie waarbij de kraan aan de vraagkant open blijft staan en waardoor de gemeente toch zal moeten blijven betalen maar zichzelf geen principiële vragen durft te stellen. Ook de roep om meer geld van het Rijk is te gemakkelijk en niet oplossingsgericht en dus niet structureel. Eén ding is in ieder geval wel helder: Jeugdzorg zal een zorgenkind blijven zoals het er nu naar uitziet.

Bij een open-eind-voorziening is er nooit geld genoeg.