De wrakingskamer en de vraag: wie o wie?

Hieronder volgt een verslag van Roos. Vers van de pers.

‘Als je net als ik gevoelig bent voor sfeer, dan zou je kunnen zeggen dat de raadsheren van de wrakingskamer vriendelijk en rustig overkwamen. Maar is dat ook relevant? Vermoedelijk in juridisch opzicht niet. Toch maakt het een verschil. Menselijkerwijs. Eigenlijk was alles plezieriger nu ik toch aan het vergelijken ben geslagen. Tot en met de inrichting van de rechtszaal. Geen ijspaleis zoals het hof in Amsterdam. Raadsheren die niet op een verhoogd podium plaatsnamen waardoor je oogcontact kon maken. Het publiek dat op de tribune direct achter je plaatsnam in plaats van hoog weggeborgen achter glas. Zacht ipv schel licht.

Hoe ging het verder inhoudelijk? Mijn advocate en ik, de verdediging zoals dat plechtig heet, hadden de zes wrakingsgronden grondig onderbouwd. Wraken gebeurt wanneer je de raadsheren vooringenomen vindt op basis van objectieve maatstaven. Daarover zal de wrakingskamer zich nu gaan buigen. Vrij snel al, uiterlijk over twee weken volgt de uitspraak.

Aan het eind van de zitting heb ik nog iets gezegd. Ik heb verklaard dat ik nooit van plan was om te gaan wraken. Dit is me eigenlijk overkomen. Ik heb verteld dat ik angst heb. Angst omdat mij het recht op een fair trial lijkt te worden ontzegd. Dat die angst gebaseerd is op de vooringenomenheid bij de raadsheren. Wat ik vanmiddag niet heb uitgesproken maar hier wel aan het papier toevertrouw is dat het met alles wat in onze maatschappij op dit moment gebeurt, van het grootste belang is dat de rechterlijke macht zich vergewist van het onzuiver en zelfs onrechtmatig handelen van en door de overheid. Dat ambtenaren inderdaad valsheid in geschrifte kunnen plegen. Dat handtekeningen achteraf op stukken terecht komen. Dat bewijs wordt achtergehouden. Als het OM de andere kant op kijkt en een strafprocesdossier alleen maar vult met informatie die ten nadele is van een verdachte en geen onderzoek doet naar de waarheid, dan raakt de blik vertroebeld en is een fair proces onmogelijk.

Mijn advocate Carene van Vliet kwam ook nog uitgebreid terug op het proces-verbaal van de zitting van 4 oktober jl. Iedereen zal beamen dat een proces-verbaal van een rechtszitting hoort te stroken met wat er tijdens die zitting is verklaard. Maar tot mijn stomme verbazing luidde het pv op essentiële onderdelen compleet anders. Een voorbeeld: tijdens de zitting werd door de advocaat-generaal (OM) gesproken over ‘een feit’. In het later toegezonden pv was dat opeens veranderd in ‘argument’. Nu weet iedereen, daar hoef je echt geen jurist voor te zijn, dat een feit iets anders is dan een argument. De griffier heeft de beschikking over een bandopname. Het is dus heel gemakkelijk om de band af te luisteren en het pv daarop te baseren. Want het is noodzakelijk dat het pv klopt omdat ik op basis van wat werkelijk is uitgesproken, drie raadsheren heb gewraakt. Toen ons dus bekend werd dat het pv niet overeenstemde met de werkelijkheid, hebben wij het hof in Amsterdam gevraagd om een rectificatie. Slechts twee van de tientallen wijzigingen die wij hadden benoemd werden door het hof in Amsterdam geaccepteerd. Verbazingwekkend.

Vanmiddag vroeg mijn advocaat of zij de bandopname die mij anoniem was bezorgd op een USB stick aan de raadsheren van de wrakingskamer mocht overhandigen.

De advocaat-generaal reageerde scherp. Het was een illegale bandopname en hij verwees naar de wettekst. Kon de verdediging vertellen wie die bandopname had gemaakt? Wat hem betreft was mogelijk sprake van ‘heling’ nu wij ons op deze opname beriepen. Dat zorgde voor enige opschudding in de rechtszaal en mijn advocate keek mij een moment geschokt aan. Die hadden wij niet zien aankomen. De raadsheren trokken zich kort terug voor beraad en besloten vervolgens dat zij de USB stick niet in ontvangst konden nemen omdat wij niet vertelden van wie de stick afkomstig was.

Zo los je problemen dus op. Maar toch wringt hier iets. Of laat ik dit neutraler formuleren: al weer een leermomentje: als je tijdens een rechtszitting iets verklaart, kan dat op een andere wijze in het proces-verbaal worden opgenomen dan wat je echt hebt gezegd. Het is  niet toegestaan een bandopname te maken. Je onschuld bepleiten wordt op die manier wel erg lastig. En als je dan toch over een anoniem toegezonden bandopname van de zitting beschikt, dan mag je die niet gebruiken omdat dat mogelijk ‘heling’ zou zijn.’

Onze conclusie: het strafproces is niet alleen ingewikkeld, de spelregels zijn duister en onbegrijpelijk, onnavolgbaar zelfs. Want wat is er mis met de bandopname van de griffier? Waarom zou die bandopname niet ter beschikking van de verdediging kunnen worden gesteld? Zeg het maar. En al helemaal wanneer we beseffen dat we in het digitale tijdperk leven en niet meer in tijd van de ganzenveer.