De spelregels en risico’s van digitaal vergaderen, democratie in crisistijd

In veel gemeenten zijn gemeenteraden overgegaan tot digitale besluitvorming. Dat is mogelijk gemaakt door een noodwet die een tijdelijke werking heeft tot 1 september as. Wij hebben in een eerder bericht al laten weten dat wij van mening zijn dat het digitaal vergaderen een drama is in politiek opzicht. Wil democratie in deze moeilijke periode waarin zo veel gebeurt dat het leven van onze kiezers overhoop gooit, een kans krijgen dan zal een fysieke vergadering waarin politieke keuzes worden gemaakt en besluiten worden genomen het uitgangspunt moeten zijn en blijven. Natuurlijk is het mogelijk te vergaderen zonder dat er veel mensen bij elkaar hoeven te komen. Zo kunnen de richtlijnen van het RIVM toch geborgd worden. Hoe dat kan, wat de regels zijn en wat de Minister hierover heeft verklaard, laten wij hieronder zien in de brief die wij richten aan de collega raadsleden en burgemeester Elbert Roest. Op dit moment hebben raadsleden uit 5 van de 9 fracties laten weten voor fysiek vergaderen te zijn omdat het digitaal vergaderen zich niet leent voor het uitwisselen van standpunten. Bovendien is de techniek op dit moment niet zodanig stabiel dat gegarandeerd kan worden dat raadsleden de raadsvergadering ook daadwerkelijk kunnen bijwonen. Te dikwijls wordt de verbinding verbroken of is sprake van haperingen. Dat maakt ook dat de rechtsgeldigheid van besluiten die genomen moeten worden, ter discussie staat. Dat zijn risico’s die wij als democratie niet moeten willen en kunnen lopen. Een volwassen democratie vraagt om intelligente oplossingen.

Digitale raadsvergadering 16 april jl

18 april 2020

Geachte collega’s en burgemeester Roest,

N.a.v. de brief van de burgemeester van hedenmorgen, reageer ik als volgt.

Reglement van Orde en Minister Knops hierover

De oorsprong van de wijze waarop wij als raad vergaderen is gelegen in de Grondwet, de Gemeentewet en het RvO. De verplichting tot het hebben van een RvO vloeit rechtstreeks voort uit artikel 16 Gemeentewet. Dat dit reglement een externe werking heeft blijkt onder andere uit het daarin opgenomen spreekrecht van burgers.

In ons RvO is niets geregeld over digitaal vergaderen. Moet ons RvO worden aangepast i.v.m. digitaal vergaderen? In de Eerste Kamer werd aan Minister Knops gevraagd of, indien een gemeenteraad digitaal wil vergaderen, een aanvullend RvO nodig is. De minister antwoordt: ‘Ja, dat lijkt mij volstrekt logisch. Nogmaals wij bieden daarvoor een handreiking aan zodat niet elke gemeente of elk orgaan zelf zo’n nieuw reglement hoeft uit te dokteren. We proberen daar met de VNG en de Vereniging van Griffiers, die daar natuurlijk dagelijks mee te maken hebben een mooi model voor te maken.

Ik heb inmiddels een aangepast RvO van een provincie gelezen. Mijn eerste voorstel is dan ook om ons RvO zo spoedig mogelijk aan te passen op eenzelfde wijze. Dit is dringend nodig met het oog op het stemmen en andere voorwaarden waaraan moet worden voldaan wil digitale besluitvorming rechtsgeldig zijn.

De noodwet: fysiek vergaderen blijft het uitgangspunt

Dan wat betreft de recent in werking getreden ‘Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten waterschapen en openbare lichamen Bonaire, sint Eustatius en Saba’, hierna de noodwet. Uit de Memorie van Toelichting (Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 35.424, nr. 3) blijkt dat de gemeenteraad drie alternatieven ter beschikking staan:

  1. Een fysieke vergadering mits aan de richtlijnen van het RIVM wordt voldaan;
  2. Indien dat niet kan: een eerste fysieke vergadering waarin het quorum niet gehaald wordt, waarna voor een tweede vergadering geen quorum meer geldt;
  3. Een digitale vergadering

De noodwet voorziet tijdelijk in de mogelijkheid om digitaal besluiten te nemen via video conferencing als het fysiek vergaderen niet mogelijk is omdat de richtlijnen van het RIVM dan niet meer kunnen worden gehaald. Digitaal vergaderen doet niet af aan het belang en de noodzaak van een goede beraadslaging voor tot stemming overgegaan wordt. Een goede beraadslaging is essentieel voor de functie van volksvertegenwoordiging, argumenten moeten uitgewisseld worden voordat de leden tot stemming over gaan. Alleen digitaal of per stembriefje besluiten zonder beraadslaging is dan ook geen optie.

De Mvt bevestigt: Indien fysieke aanwezigheid wel mogelijk is, hoort die plaats te vinden – de openbare fysieke vergadering van de volksvertegenwoordiging is en blijft immers het uitgangspunt (Grondwet, Gemeentewet).

De keuze ligt bij de voorzitter

De Mvt: De keuze tussen een vergadering waar fysiek of digitaal bijeen gekomen wordt, ligt in eerste instantie bij de voorzitter die de oproep voor de vergadering doet. Het ligt in de rede dat hiervoor overleg plaatsvindt in het presidium of de agendacommissie wat nu ook gebruikelijk is voordat de oproep uitgaat.

Digitaal vergaderen en de besluitvorming

Hier zijn voorwaarden aan verbonden. O.a. dat een digitale raadsvergadering kan alleen doorgaan wanneer elk raadslid afzonderlijk digitaal toegang heeft tot de beraadslagingen en de stemming. Dat betekent dat de voorzitter niet zomaar kan besluiten door te gaan met vergaderen als een raadslid niet meer kan deelnemen bijv. als gevolg van een technisch gebrek.

Stemming

Het moet duidelijk zijn wie voor of tegen een voorstel heeft gestemd. Als er geen schriftelijke stemming is voorgeschreven, is het wel mogelijk om digitaal te stemmen. Hierbij moet ieder raadslid door middel van zowel een openbare wilsuitdrukking kenbaar maken of hij voor of tegen het voorstel stemt (artikel 1.5, 2.5 en 3.3 Spoedwet). Met andere woorden: men moet niet alleen horen, maar ook zien wat het standpunt van het raadslid is. Hierover is in de nota naar aanleiding van het verslag spoedwet digitale besluitvorming door de Minister bepaald als volgt:

Het stemmen door een volksvertegenwoordiging in een digitale omgeving is een nieuw fenomeen, dat nog niet eerder is beproefd. Het wetsvoorstel bepaalt dat ieder lid dat aan de vergadering deelneemt door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar maakt of hij voor of tegen het voorstel stemt (behoudens geheime stemmingen over benoemingen van personen). Het moet voor de voorzitter, voor de overige leden en voor het publiek duidelijk zijn wie wat stemt. Het wetsvoorstel brengt daarmee op geen enkele wijze verandering in de mogelijkheid om hoofdelijk te stemmen, het wetsvoorstel geeft slechts een aanvulling op die bestaande mogelijkheid zodat dit ook in een digitale omgeving mogelijk is. Er kunnen echter redenen zijn om in een digitale omgeving niet hoofdelijk te stemmen, bijvoorbeeld omdat er technische of praktische bezwaren zijn. In dat geval kan de voorzitter bepalen dat er na afloop van de digitale vergadering via stembriefjes wordt gestemd. De voorzitter bepaalt het tijdstip en zo nodig de volgorde waarop de stembriefjes uiterlijk door de griffie moeten zijn ontvangen en maakt de uitslag van de stemming zo spoedig mogelijk na dit tijdstip openbaar. Het betreft een typische procedurele voorzittersbevoegdheid. Ook hier geldt dat de voorzitter hier niet eenzijdig toe zal beslissen maar dat tijdens de vergadering voldoende steun zal moeten blijken voor de keuze om niet in de digitale vergadering hoofdelijk te stemmen maar na afloop via stembriefjes. De vergaderorde is voorts geregeld in het reglement van orde; dit is geen zaak van de wetgever maar van de desbetreffende volksvertegenwoordiging.

Indien schriftelijk wordt gestemd (soms is dit wettelijk voorgeschreven), kunnen de stembriefjes door de leden van de raad persoonlijk, per koerier of per brief worden ingeleverd na afloop van een digitale vergadering. De voorzitter bepaalt daarbij een tijdstip en eventueel de volgorde waarop de stembriefjes door de griffie moet zijn ontvangen en maakt de uitslag van de stemming zo spoedig mogelijk na dit tijdstip openbaar (artikel 1.4, 2.4 en 3.2 Spoedwet). De voorzitter moet zich hierbij wel vergewissen van de authenticiteit van de uitgebrachte stem (behalve bij geheime stemmen).

Marielys Roos

Hart voor Bloemendaal