Ondermijning

Het college heeft bekend gemaakt dat voortaan het recht op inlichtingen en informatie van raadsleden wordt beperkt. Wij hebben een uitgebreide studie gedaan naar hoe andere gemeenten omgaan met het verschaffen van informatie aan de raad, cq raadsleden, maar wat het college van Bloemendaal hier nu voorstelt is uniek. Het betekent dat de raad zonder enige belemmering buiten spel kan worden gezet. Hieronder vindt u ons persbericht van heden. Helemaal onderaan treft u de brief aan van het college van 18 juni jl. Wij zijn zeer bezorgd over deze nieuwste ontwikkeling.

Persbericht Hart voor Bloemendaal

Ondermijning. Wanneer de onderwereld de bovenwereld wordt.

De gemeente Bloemendaal is van plan om als enige gemeente in Nederland de gemeenteraad vleugellam te maken door een zeer extensieve uitleg te geven aan het begrip ‘openbaar belang’ genoemd in artikel 169 lid 3 van de Gemeentewet.

Raadsleden hebben op grond van de Gemeentewet (art 169-3) recht op gevraagde inlichtingen en informatie. Alleen wanneer het openbaar belang zich daartegen verzet, kan het college dat weigeren. Met deze uitzondering dient het college zeer terughoudend om te gaan. Er moet sprake zijn van zwaarwegende omstandigheden. Mocht het openbaar belang zich verzetten tegen verstrekking dan kan de informatie eventueel onder het opleggen van geheimhouding aan de raad worden verstrekt.

In Bloemendaal heeft het college op 18 juni jl besloten aan dit begrip juist een zeer ruime toepassing te geven. Zo stelt het college voor om voortaan geen informatie meer te verstrekken wanneer een raadslid zijn verzoek onvoldoende heeft gemotiveerd. Dat is eigenaardig. Want wie bepaalt of een verzoek voldoende is gemotiveerd? Welke eisen worden dan precies door het college aan die motivatie gesteld? Het antwoord luidt: het college maakt de dienst uit. Het zou dus kunnen gebeuren dat het college weigert informatie te verstrekken aan een raadslid bijvoorbeeld omdat de persoon die het vraagt niet in de smaak valt. Het gevolg is dat het college de raad ondermijnt omdat willekeur regeert en de raad zijn controlerende taak niet meer naar behoren zal kunnen uitvoeren.

Andere voorbeelden die het college van Bloemendaal noemt zijn verzoeken om informatie die de ‘schijn van belangenverstrengeling’ tegen hebben of wanneer er ‘natuurlijke belemmeringen’ zijn om inlichtingen te verschaffen, maar ook wanneer verzoeken inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van derden. Ook deze uitleg levert serieuze problemen op. We noemen een voorbeeld: stel dat een raadslid op grond van een ongebruikelijke vastgoedtransactie het vermoeden heeft van niet integer handelen van een wethouder met een projectontwikkelaar, dan kan het college op basis van deze nieuwe spelregels weigeren inzage te verstrekken aan dit raadslid. Immers, het verzoek maakt inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de ontwikkelaar en/of de wethouder. Als financiële belangen van een ontwikkelaar of een wethouder hoger worden aangeslagen dan integriteitsbelangen, maar ook wanneer de onderwereld zich vermengt met de bovenwereld, is het belangrijk dat raadsleden niet kaltgestellt worden simpelweg omdat het college zijn eigen positie wil beschermen en misbruik maakt van het begrip ‘openbaar belang’.

Het college van Bloemendaal geeft met deze nieuwe kijk op het begrip ‘openbaar belang’ geen goed signaal af. Het is in strijd met de wet dat het college zich naar eigen believen kan ontdoen van de informatieplicht richting de raad. Vooral wanneer dit gebeurt om onbehoorlijk bestuur onder de mat te vegen, fouten te verbergen, de positie van wethouders en burgemeesters veilig te stellen.

25 juni 2018, Bloemendaal

Fractie Hart voor Bloemendaal

 

De brief van het college vindt u hier:

art 169 GW