Onafhankelijk onderzoek

Op 12 april was er een extra raadsvergadering. Het initiatief hiervoor ging uit van LB en PvdA en werd gesteund door het CDA en door onze partij. Reden hiervoor was het pleidooi dat de advocaat van Roos hield tijdens de zitting op 27 maart jl. Zie hierover ons eerdere bericht op deze website.

LB en PvdA hadden samen een motie voorbereid waarin de burgemeester wordt verzocht een onafhankelijk onderzoek te starten. De andere partijen kwamen met een iets ander geformuleerde motie die volgens burgemeester Roest beter past bij zijn wensen. De volledige tekst van de moties kunt u vinden bij agendapunt 6 van de vergadering en daar ziet u ook de bandopname:

https://gemeenteraad.bloemendaal.nl/Vergaderingen/Raad/2018/12-april/20:00

De tweede motie is nagenoeg raadsbreed aangenomen. Wij zijn bijzonder gelukkig hiermee. Op de eerste plaats vinden wij dat een onafhankelijk onderzoek nodig is ivm waarheidsvinding en verwerking van het verleden. Er is te veel gebeurd. Diverse personen zijn zeer beschadigd geraakt. De vraag die blijvend terugkeert is: Waarom? Wat was het doel? En hoe kon het gebeuren? Was het proces onomkeerbaar? Waar ging het mis?

De burgemeester heeft gezegd dat hij terugkomt naar de raad met een plan van aanpak en een vraag om een budget tot te kennen. Ook heeft hij de raad gevraagd onderzoeksvragen bekend te maken. Voor ons is in ieder geval van groot belang dat hij heeft bevestigd dat de integriteitsmeldingen die hij heeft ontvangen zullen worden meegenomen in het onderzoek. Verder betrekt hij hierin de diverse rapporten, oa het rapport Kuitenbrouwer (2015) en het rapport van vmlg burgemeester Aaltje Emmens, samen bouwen aan het huis van de democratie (eveneens 2015).

Roos stelde nog de vraag of een evt strafrechtelijk onderzoek niet in gevaar komt of een beletsel vormt voor een bestuursrechtelijk onderzoek of omgekeerd. Hierover heeft BIOS, Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector, in 2014 een rapport geschreven. De relevante passage treft u hier:

De burgemeester zag geen beletsel en gaat vooralsnog geen melding doen van mogelijke schending van het ambtsgeheim door ambtsdragers. De vraag is hoe zich dit verhoudt tot artikel 162 van het wetboek van Strafvordering en de melding die de burgemeester heeft ontvangen, zowel op 5 februari jl als op 7 maart jl. Volgens de burgemeester kan een ieder aangifte doen bij Justitie.

Dat is nog geen antwoord op de vraag die ziet op artikel 162 Sv. En wat blijft hangen is waarom een burgemeester indien het een raadslid betreft (nl Roos) er wel bovenop duikt en de aangifte bij wijze van spreken de volgende dag al klaar ligt op het bureau van Justitie en in het andere geval niet. Als daar een inhoudelijk verifieerbare reden voor bestaat, dan is dat prima. Zo niet, dan blijven onze gedachten toch haken. Het gaat hier niet over het ‘morele gelijk’ of een gevoel van ‘genoegdoening’. Het doen van aangifte mag niet afhankelijk zijn van smaak of voorkeur van het bestuur. En in ieder geval zouden dezelfde maatstaven gehanteerd moeten worden. Meer in het algemeen werpen wij een vraag op: mag een wethouder een particulier dossier bespreken met een ‘ambteloos inwoner’ of is dit in strijd met het ambtsgeheim van die wethouder. Het begint dus met de constatering dat willekeur moet worden uitgesloten en zelfs de schijn daarvan vermeden.

We wachten het plan van aanpak af. Dat de burgemeester een onderzoek laat doen, is een belangrijk stap in de goede richting wat ons betreft en dit is waar we al die jaren dat we met het dossier Elswoutshoek bezig zijn geweest, een eerste vereiste. Hier hebben wij op gewacht.